]> Doodeenvoudig - BIBLIOTHEEK | VERDERLEZEN | JONGERENENDEDOOD | STUDENTENROUWGROEP |
Winkelmand
€ 0,00
Vertrouwd en veilig betalen met iDeal

Non-stop verdrietig

De dood van geliefd persoon is zeer ingrijpend en kan je studie danig in de war schoppen. In het Studentenpastoraat vE90 is een rouwgroep georganiseerd waarin lotgenoten met elkaar over hun verlies kunnen praten. Studentenpsycholoog Peter Dekker heeft de rouwgroep zeven keer begeleid en vertelt hoe mensen reageren op het verlies van een dierbare.

Door Anne Evers

‘Vroeger werd altijd gezegd dat je boos moest worden als iemand dood was gegaan. Maar je kunt ook goed rouwen zonder boos te worden. En soms is het zelfs fijn dat iemand is overleden. Maar dat durft niemand te zeggen.’ Peter Dekker, UvA-psycholoog en hoofd Bureau Studentenpsychologen, heeft samen met het Studentenpastoraat vE90 een rouwgroep georganiseerd voor studenten van de UvA, de HvA en de VU waar dit soort problemen aan de orde komen.

De bijeenkomsten, die op 11 april 2008 zijn gestart, vinden eens in de week op vrijdag plaats. Dekker: ‘De rouwgroep is alleen voor studenten van wie nog niet zolang geleden een naast familielid – meestal een van de ouders, soms een broertje of zusje – is doodgegaan. Doorgaans gaat het om een ouder die rond het 45ste levensjaar aan kanker is overleden, een enkele keer om een familielid die zelfmoord heeft gepleegd. De groep kan heel wisselend van samenstelling zijn. Er nemen autochtone en allochtone studenten aan deel.

Bij studenten van een jaar of twintig is het kwijtraken van een ouder zeer gecompliceerd. Ze zijn net bezig afstand te nemen van thuis en wonen meestal nog maar pas op kamers. Als dan een ouder overlijdt, wordt het loskomen heel moeilijk. Iemand van 35 jaar die zijn ouders verliest, kijkt met meer afstand naar hun overlijden dan iemand van twintig. Mijn ouders zijn bijvoorbeeld afgelopen jaar overleden. Ze zijn oud geworden, hadden een heel leven achter de rug, en dat maakt dat ik denk: het is goed zo. Maar in de jaren negentig verloor ik vrienden – jonge mensen dus – aan aids. Dat was heftig om mee te maken. Het is moeilijk te begrijpen dat een jong iemand sterft.’

Dekker had zelf geen behoefte aan een lotgenotengroep: ‘Ik praatte veel met vrienden, en dat was genoeg. Het verlies vormde ook geen aanleiding om de rouwgroep te gaan organiseren. Het Bureau Studentenpsychologen zat een beetje met de handen in het haar; we wisten niet goed welke hulp we moesten bieden aan studenten die zo intens verdrietig waren. Bij het pastoraat liep al een rouwgroep. Zo is de samenwerking begonnen. Zelf heb ik zeven keer de rouwgroep begeleid. Nu doen Kees Kleywegt, studentenpsycholoog aan de UvA/HvA, en Jantine Heuvelink, studentenpastor vE90, dat.’

 

Huilen
‘Studenten kloppen met heel uiteenlopende klachten aan bij een decaan of studentenpsycholoog die ze vervolgens doorverwijst naar de rouwgroep. De studie gaat niet lekker; ze studeren extreem hard of juist helemaal niet. Sommigen storten zich in het uitgaansleven, krijgen veel vriendjes of gaan drugs gebruiken. Ze zijn non-stop verdrietig, nooit meer boos of kunnen moeilijk in slaap komen. Anderen werken zich een slag in de rondte om maar niet met hun verdriet bezig te zijn. Daar komt bij dat een student die na een jaar nog steeds verdrietig is, geen gehoor meer vindt. Dan is de reactie vaak: “Waarom begin je er weer over. Het is nu al zolang geleden, houd er nu maar eens over op.”

In de rouwgroep zijn we juist wel intens met het verlies bezig. De opdracht is: wees bezig met rouwen. De eerste bijeenkomst is een kennismakingsgesprek. We kletsen wat, vragen in welke stad ze wonen, of het een rommel is in het studentenhuis et cetera. Het gaat vaak over heel andere zaken dan over degene die overleden is.

Vanaf de tweede bijeenkomst komt elke student een keer aan de beurt. Dan gaat een student een halfuur tot drie kwartier een gesprek aan met een begeleider over de overledene. De begeleider stelt vragen als: hoe is het ziekteproces gegaan?, welke muziek heb je gedraaid op de begrafenis, draai je dat ene bijzondere nummer nog weleens en waarom wel of niet?

Sommige studenten moeten ontzettend huilen; anderen zijn zakelijk of afstandelijk. De rest van de groep is stil. Na een lange pauze reageren ze op het verhaal. Ze betrekken het verhaal op zichzelf en vertellen wat het hun heeft gedaan en waarin zij zich herkennen. Zo ontstaat er een thema. Bijvoorbeeld “zorgen voor de ouder die overgebleven is.” Vooral meisjes willen het grote verlies opvullen dat een moeder achterlaat, en voelen zich verantwoordelijk voor hun broertjes en zusjes.

Het belangrijkste doel van de bijeenkomsten is dat studenten het vreselijke dat ze hebben meegemaakt met anderen delen. Na afloop geven studenten vaak als reactie: “Ik voel me erkend, mijn verlies wordt er niet minder om maar door het ontmoeten van lotgenoten ben ik minder alleen.” ’


 

Waaks
Naast zijn beide ouders heeft de psycholoog het afgelopen jaar ook een zeer goede vriend verloren: ‘Ik kon me altijd al makkelijk inleven in studenten en ben niet anders naar de rouwgroep gaan kijken. Nu ik zelf midden in een rouwproces zit, merk ik dingen op waarvan ik niets wist. Ik ben bijvoorbeeld permanent waaks, heel alert, en dat heeft ermee te maken dat ik mijn dierbaren zo kort na elkaar heb verloren. Als er jaren tussen hadden gezeten, had ik waarschijnlijk anders gereageerd. Wat een mens kwijtraakt, gaat hij missen. Voor mij is het net als voor ieder ander moeilijk een gemis te accepteren.

De meeste mensen nemen voldoende de tijd om te rouwen ondanks dat in deze maatschappij heel veel snel moet gebeuren. Een student zei eens: “Mijn moeder is nu al drie maanden dood en ik merk dat ik nog steeds niet goed kan studeren, dat moet nu maar eens afgelopen zijn.” Maar zoiets kost natuurlijk tijd. Juist voor zo’n student is het misschien beter even te stoppen met studeren, een semester te gaan werken. Zo kan hij gedoseerd met zijn verlies omgaan.’


 

Rituelen
‘Mensen rouwden massaal toen Pim Fortuyn overleed. Ik begreep dat wel: Fortuyn stond symbool voor een “andere politiek”. Mensen waren hartstikke voor of hartstikke tegen hem. Dan wordt zo’n man – zoals voorspeld – ook nog eens vermoord. Iedereen komt dan op zijn begrafenis af. Het rouwgedrag van Nederlanders bij André Hazes begreep ik minder goed. Ik vond hem een beetje een tobber, iemand die altijd bezig is met drank en relaties. Dan was het weer aan en dan was het weer uit. Zijn liedjes moeten veel mensen hebben aangesproken.

We hechten nog steeds veel waarde aan rituelen omdat een ritueel mensen verbindt met degene die is overleden. Een toespraak, een stille tocht of dat ene nummer van Bløf. Het liedje wordt eindeloos gedraaid omdat het op de begrafenis werd gespeeld of omdat je broer daar zo van hield.

Ook bij een slachtoffer van zinloos geweld protesteert de samenleving massaal. Als er plotseling zoiets heftigs gebeurt, voelt iedereen zich – in een normaal gesproken afstandelijke maatschappij – plotseling verbonden met elkaar. Wat vroeger in kerken gebeurde, vindt dan ineens op straat plaats.’

 

Kübler-Ross
‘Tot een jaar of tien, twintig geleden werd de theorie over rouwverwerking van psychiater Kübler-Ross aangehouden. De eerste fase is die van de ontkenning: de telefoon gaat en Marieke weet zeker dat het haar overleden moeder is. In de tweede fase overheerst de boosheid: mensen hebben dan veel moeite met het accepteren van de dood van een geliefde. De derde fase is die van het verdriet: er wordt veel gehuild om de overledene, sommige mensen worden depressief. In de vierde fase gaat het om berusting: iemand accepteert dat de persoon overleden is en vindt rust.

Volgens Kübler-Ross duurt het rouwproces twee jaar. Deze aanname is nu losgelaten. Volgens de huidige theorie is er veel variëteit: bij de een duurt rouwen vijf jaar, bij de ander twee maanden en bij sommige mensen komt er nooit berusting. Er blijft voor altijd een pijnlijk gevoel achter, waarmee zij toch goed verder kunnen leven.’

Bureau Studentenpsychologen is te bereiken via studpsy-sts@uva.nl. Van  maandag tot en met vrijdag is er een telefonisch spreekuur van 10.30-12.30 uur. Telefoon 020-525 2599

 

Bron : Folia

Wist u dat...

Doodeenvoudig ook een uitgebreid assortiment uitvaart artikelen heeft? Bijvoorbeeld

Uitvaartkist 200

Uitvaartkist 200

€ 1336,00
Klantenservice Over ons FAQ Maatschappelijke betrokkenheid
  disclaimer   privacy statement   cookie instellingen   inkoopvoorwaarden   algemene voorwaarden   klantenservice  over ons  FAQ  maatschappelijke betrokkenheid